Het was op een scheepswerf in Sliedrecht dat de scholier Bart Romeijn zijn eerste baantje kreeg. De werf was van de vader van een vriend, en Bart kon in die tijd wel wat extra geld gebruiken voor de sport waar hij fanatiek in was, hockey. Bart mocht – letterlijk - de vloer aanvegen, gewoon met een bezem. Vuil en zwaar werk, maar hij deed het.
Bart Romeijn (46) is tegenwoordig directeur en mede-aandeelhouder van Daalderop in Tiel, het deze maand precies 130-jarige bedrijf dat zich heeft gespecialiseerd in warmwater- en verwarmingsproducten. De Daalderop boiler is decennialang niet weg te denken geweest uit de Nederlandse huishoudens. Vandaag de dag werken er 160 mensen aan technisch hoogstaande producten, waarbij innovatie en slim energiegebruik de boventoon voeren. Daalderop is marktleider in haar branche.

Wat is het geheim van goede baantjes krijgen?
‘Inzet, betrokkenheid en drive. Dat aanvegen van de vloeren van de werf had ik natuurlijk links kunnen laten liggen, maar dan word je nooit meer voor iets anders gevraagd. Ook later, tijdens mijn studie Technische Bedrijfskunde, heb ik me steeds flink ingezet. En dan trek je ook de leuke dingen naar je toe. Ik had op een gegeven moment een soort mini-agentschapje voor hockeymateriaal van het toen nog onbekende merk Brabo. Ik zocht in de magazijnen díe spullen uit die ik goed vond, en wist ze op de club door te verkopen. Met een beetje winst, natuurlijk. Als een kleine ondernemer, kun je zeggen. Inschatten, risico nemen, en ervoor gáán. Iemand die echt betrokken is bij wat hij of zij doet, dat vind ik een van de belangrijkste eigenschappen van een werknemer. Dat vraag ik ook van de mensen die hier komen solliciteren. Soms zijn ze inhoudelijk iets minder dan een andere sollicitant, maar als ze die drive hebben, en er een fit is met de rest van de collega’s, dan kies ik voor hen.’
Carrière
Na zijn studie moest Bart Romeijn in militaire dienst. Daar werd hij reserveofficier, en maakte hij kennis met aspecten als leidinggeven en (het ontbreken van) efficiency in de bedrijfsvoering. Na het afzwaaien werd hij gevraagd door de Begemann Groep, waar hij management trainee werd. Drie jaar later werd hij benaderd door Chubb, het moederbedrijf van Lips. Ook daar trok de combinatie van techniek en productie hem. ‘Ik had indertijd bewust mijn studie Technische Bedrijfskunde gekozen. Ik wilde deze richting ook op, en op deze manier kun je dat ook waarmaken. Dat bewustzijn bij het maken van keuzes vind ik ook belangrijk bij jonge mensen.’ Na Chubb werd het een carrière bij BOC Edwards, en zeven jaar later kwam Bart Daalderop tegen, waar een directiewisseling moest gaan plaatsvinden.
Wat maakte Daalderop, een bedrijf dat een stuk kleiner was, zo interessant?
‘Het is een bedrijf met een zeer sterke naam en een prachtige productenrange. Al honderdertig jaar bouwt het bedrijf aan innovatieve producten, en ontwikkelt het zich steeds meer. De mensen daar dus ook. Het is een bedrijf van aanpakken, geen dag hetzelfde, slim en flexibel op veranderingen kunnen inspringen, en ontwikkeling, productie, verkoop en marketing naadloos op elkaar laten aansluiten. Dat vergt een geoliede organisatie en betrokken mensen. Dat spreekt me zo aan. Wij krijgen regelmatig afstudeerders en stagiaires van universiteiten en hogescholen, en steeds zie je diezelfde drive bij deze mensen.’
Is het lastig goede mensen te krijgen?
‘Ja en nee. We realiseren ons dat we toch nog minder bekend zijn in deze regio dan we zouden willen. Terwijl het potentieel aan goede mensen gewoon in de regio zit. Daar gaan we meer aan werken, en ook aan het stoffige imago dat sommigen ons nog toedichten. Dat is overigens wel gek, want we zijn door onze innovativiteit wel marktleider. Maar die mensen die wel weten waar Daalderop voor staat, die komen wel op ons af. Op alle gebieden, technisch, financieel, commercieel, administratief.’
Wat doet Daalderop aan opleidingen?
‘Kennis en ervaring moet je meteen kunnen toepassen. Ik vind training on the job dan ook vaak belangrijker dan een theoretische cursus. Ook laten we onze mensen die dingen waar ze echt goed in zijn, uitleggen aan de collega’s. Dat vergroot de betrokkenheid van alle mensen. En natuurlijk, technische cursussen bijvoorbeeld, die laten we onze mensen wel volgen.’



